Communicatie.

De individuele forten en vestingen.
Gerrit
Soldaat
Berichten: 2
Lid geworden op: 17 Mar 2016 10:47
Fort of organisatie: Fort bij Aalsmeer

Communicatie.

Berichtdoor Gerrit » 18 Mar 2016 11:35

Wat is er bekend over de communicatie tussen de forten onderling.
Telefoon, Telegaaf enz.

Gebruikersavatar
Rene Ros
Opzichter van Etiquette
Berichten: 2052
Lid geworden op: 22 Jul 2006 15:09
Fort of organisatie: Doc. Stelling van Amsterdam
Locatie: Weesp
Contact:

Re: Communicatie.

Berichtdoor Rene Ros » 18 Mar 2016 12:05

Er was een uitgebreid netwerk van telegraafkabels, de kaarten liggen in het Nationaal Archief, dat deels voorzien was van Hughes-telegrafen.

Telegraafnet is volgens mij tijdens WO1 omgebouwd naar telefoonverbindingen. Daarnaast postduiven (zie Rijkspostduivenstation) en ordonnansen.
In de bezettingsstaat 1913-1914 staat 608 telegrafisten + lijnwerkers, 78 telefonisten, 2 postduivenverzorgers en 34 wielrijders genoemd.

Mvg,
René

Gerrit
Soldaat
Berichten: 2
Lid geworden op: 17 Mar 2016 10:47
Fort of organisatie: Fort bij Aalsmeer

Re: Communicatie.

Berichtdoor Gerrit » 24 Mar 2016 16:25

Hallo Rene,
Bedankt voor de snelle reactie met informatie.
Ik ben al zo'n jaar of 6/7 vrijwilliger bij Crash ( Fort bij Aalsmeer) en speciaal bij het amateur radio station PI4C.
Wij vertellen daar over de radiocommunicatie o.a. tijdens de 2e wereledoorlog in het bijzonder de luchtoorlog.
Daar we nog al eens vragen krijgen over verbindingen tussen de forten van de stelling wil ik me daar ook een beetje in verdiepen.
Ik moet dus maar eens een bezoekje brengen aan het Nationaal Archief, mogelijk is daar meer te vinden behalve de kaarten van de telegraaf/telefoon netwerken.

Mvg, Gerrit Pas

mhil
Generaal
Berichten: 491
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Communicatie.

Berichtdoor mhil » 08 Feb 2018 19:17

Bijgaand een deel van een artikel over de dienst telefoonnet van C Verhoeve en F A van der Ham
Het artikel is niet te uploaden omdat het meer is dan 2Mb...... :(
Er wordt melding gemaakt van het aansluiten van verschillende forten.

Deze centrales werden geplaatst waar daaraan, in verband met de concentratie van objecten, de grootste behoefte bestond. Zo werden onder meer centrales geplaatst te Halfweg, fort Benoorden Pürmerend en magazijn Stenen Paal (bij Assendelft). Daarop werden vervolgens de forten rond Amsterdam, zoals Spaarndam, Edam, Krommeniedijk, Spijkerboor, Jisperweg, Kwadijk, Velsen, Sint Aagtendijk en Zuidwijkermeer, alsmede de magazijnen in de Grote IJpolder, aangesloten.

Militaire diensttelefoonnet
resp. Kapitein voor Speciale Diensten en Adjudant-onderofficier-instructeur van de Verbindingsdienst

In een tijdperk van elektronica en automatisering willen wij, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Verbindingsdienst, een blik werpen op het verleden van de telefoon. Het is echter niet de bedoeling, de lezer als telefoonabonnee een technische verhandeling te presenteren, maar te trachten een indruk te geven van het ontstaan en de ontwikkeling van het huidige militaire diensttelefoonnet. Daartoe is het onvermijdelijk de belangrijkste historische momenten uit de geschiedenis van de Verbindingsdienst te memoreren.
Voor vele ouderen, die het wel en wee van de Verbindingsdienst van dichtbij hebben meegemaakt, zullen bepaalde passages uit dit artikel ongetwijfeld herinneringen oproepen aan „toen".

Periode tot 1925
Wij blikken terug naar het jaar 1866:
Hoewel de Verbindingsdienst in zijn niet-electrische vorm reeds sinds onheuglijke tijden in de Krijgsmacht werd toegepast, werd de electrische telegrafie pas sedert omstreeks 1866 bij de Landmacht beoefend. De beoefening vond toen plaats bij alle compagnieën van het Bataljon Mineurs en Sappeurs.
De elektrische telegraaf, in 1843 door Samuel Morse uitgevonden, werd in 1852 in Nederland toegepast. In dat jaar werd de Rijkstelegraaf opgericht. Eerst in 1866 deed de elektrische telegraaf zijn intrede bij de krijgsmacht. In het jaar 1868 verscheen het „Regelement op den telegraafdienst te velde". Bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs waren aanwezig:
9 officieren en 4 onderofficieren, die de behandeling der toestellen verstaan, en 4 onderofficieren en 8 korporaals, die berigten kunnen overseinen en lezen.
Toen op 28 december 1868 bij schrijven van de minister van oorlog, nr 7P, werd bepaald, dat één der compagnieën van het Bataljon Mineurs en Sappeurs een instructiecompagnie voor het opleiden van telegrafisten zou zijn, werd mogelijk reeds gedacht aan een aparte verbindingsdienst. Van
genoemde instructiecompagnie werd echter pas in 1870 gebruik gemaakt. Tijdens de Frans-Duitse oorlog werden 5 van de 23 forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangesloten op het net van de Rij ks telegraaf. De aansluiting van de overige 18 forten kwam nooit tot stand. Eén van de oorzaken hiervan was, dat men ervan uitging, dat in oorlogstijd gebruik kon worden gemaakt van de telegraafverbindingen van de Rijkstelegraaf en de Spoorwegen, zodat een militaire telegraafdienst een overbodige luxe was.
In het jaar 1874, en wel op 18 februari, werd bij Koninklijk Besluit de eerste gespecialiseerde afdeling veldtelegrafisten opgericht.
Van dat tijdstip af zouden wij dan ook kunnen spreken over een zelfstandige verbindingsdienst in het leger, hoewel nog steeds ingedeeld bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs. Deze Verbindingsdienst bestond uit 4 officieren en 96 minderen. De verbindingen die moesten worden verzorgd, dienden echter uitsluitend voor de Opperbevelhebber en de Legerkorpscommandanten.
Zoals vermeld werd het accent in de krijgsmacht gelegd op draadtelegrafieverbindingen, maar hoe zat het nu met de telefoondienst? De telefoon, op 10 maart 1876 uitgevonden door Alexander Graham Bell, werd reeds spoedig in het civiele verbindingssysteem toegepast. In het militaire verbindingssysteem bleef evenwel de lijntelegrafie lang gehandhaafd. In december 1877 werd bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs het eerste telefoontoestel ontvangen; de daarmee genomen proeven hadden een gunstige uitslag en als gevolg daarvan deed ook de telefoondienst zijn intrede in het leger (afb. 1). In dat jaar werd de kiem gelegd voor de Militaire Telefoondienst.
Met ingang van l oktober 1878 werd, op grond van Koninklijk Besluit van 9 maart, nr 14, het Ba
80

Veldtelefoon uit 1890
Battaljon Mineurs en Sappeurs uitgebreid met een School- en Telegraafcompagnie. Nadat bij de reorganisatie van 1881 de naam van het Bataljon Mineurs en Sappeurs werd gewijzigd in „Korps Genietroepen", zien wij dat de draadloze telegrafie haar intrede doet; de telefoondienst stond echter nog steeds in de kinderschoenen. In 1903 vond weer een verandering plaats: bij een reorganisatie werd het „Korps Genietroepen" omgedoopt tot „Regiment Genietroepen". Dit regiment werd evenwel ten tijde van de mobilisatie in 1914 als zodanig opgeheven. Hiervoor in de plaats kwam het „Depot Genietroepen", waarbij het overblijvende personeel van het regiment werd ingedeeld. Dit depot had Utrecht als standplaats. In die periode bleek de behoefte aan telefoonverbindingen duidelijker dan voorheen. Vermeldenswaard in dit verband is de machtiging van de minister van waterstaat, van 13 februari 1913, die luidde:
De Minister van Waterstaat machtigt den Minister van Oorlog tot de aanleg en het gebruik van niet voor het openbaar verkeer bestemde telegrafen en telefonen ten behoeve van de onder zijn Departement ressorterende takken van Staatsdienst.
De telegraafafdelingen werden voorzien van telefoonmaterieel en het accent kwam op de telefoon
verbindingen te liggen. Dit blijkt onder andere uit de samenstelling van de Telegraafafdeling van het Hoofdkwartier van het Veldleger in 1918. Deze bestond uit: Staf, 2 telefoonsecties, l telegraafsectie, l optische sectie en l lijnsectie.
Op het gebied van telefoonverbindingen werd in de jaren na de Eerste Wereldoorlog weinig activiteit ontplooid.
Inmiddels was het Depot Genietroepen weer opgegaan in het „Regiment Genietroepen", dat op 3 januari 1919 werd geacht opnieuw te zijn opgericht.


Periode 1925—1940
Voor de ontwikkeling van het militaire diensttelefoonnet is de periode 1925—1940 zeer belangrijk. In 1925 kwam het plaatsen en/of vervangen van telefooncentrales en het verbeteren van bestaande „luchtlijnen" op gang, ten einde de forten en magazijnen op centrales aan te sluiten. Deze centrales werden geplaatst waar daaraan, in verband met de concentratie van objecten, de grootste behoefte bestond. Zo werden onder meer centrales geplaatst te Halfweg, fort Benoorden Pürmerend en magazijn Stenen Paal (bij Assendelft). Daarop werden vervolgens de forten rond Amsterdam, zoals Spaarndam, Edam, Krommeniedijk, Spijkerboor, Jisperweg, Kwadijk, Velsen, Sint Aagtendijk en Zuidwijkermeer, alsmede de magazijnen in de Grote IJpolder, aangesloten. Voor lange verbindingen werd bijgespannen aan PTT-luchtlijnen en huurde men dubbeladers in PTT-kabels. De forten werden tevens aangesloten op centrales in kazernes, onder andere op de centrale in de Oranje Nassaukazerne te Amsterdam (eerder was er de centrale op het Rokin 145 te Amsterdam), de Hojelkazerne en de Kromhoutkazerne te Utrecht, de Weeshuiskazerne te Naarden en de Willemskazerne te Gorinchem. Op deze installaties werden, behalve de abonnees in het object, tevens aangesloten: de forten rond Utrecht, zoals De Bilt, De Klop, Vossegat, Blauwkapel, De Gagel, Ruigenhoek, Voordorp, en 't Hemeltje, alsmede de forten in de omgeving van Naarden, zoals Uitermeer, Hinderdam en Rijkuit, en de forten in de omgeving van Gorinchem, zoals Vuren, Asperen, Werkendam, Bakkerskil, Brakel, Giessen en Stuurgat. De centrales in Amsterdam, Utrecht, Naarden en Gorinchem werden onderling verbonden, zodat nu ook de forten via de respectieve centrales met elkaar in verbinding stonden.
81
In de jaren 1936—1937 werd een kabel gelegd langs de Vecht van Utrecht naar Amsterdam. Hierop werd de centrale in de Koning Willem IIIkazerne te Nieuwersluis aangesloten, alsmede de forten Maarsseveen, Tienhoven, Spion, Nigtevegt en Abcoude. Op de route Utrecht—Gorinchem, afwisselend bestaande uit luchtlijnen en grondkabel, werden onder andere de forten Jutphaas, Vreeswijk en Honswijk aangesloten. Uit het voorgaande blijkt, dat toen reeds een netwerk van telefoonverbindingen begon te ontstaan. De behoefte aan deze verbindingen nam sterk toe, zodat men het bestaande netwerk ging uitbreiden en kwalitatief verbeteren. Van 1930 af werden de luchtlijnen meer en meer vervangen door grondkabels en nam het aantal verbindingen tussen de centrales toe. Behalve in de hiervoor genoemde objecten in het midden van het land ontstond een belangrijk kabelnet in en om Den Helder. Het telefoonnet van de Marine Kustwacht, bestaande uit 40 posten van Delfzijl tot Vlissingen, Cadzand en Bath met achterwaartse verbindingen naar onder andere Den Helder, IJmuiden en Middelburg, werd voltooid. De verbindingen door de duinen bestonden, behoudens ter plaatse van waterdoorgangen, uit luchtlijnen.

Voor het hele artikel zie:
http://www.militairespectator.nl

Gebruikersavatar
Rene Ros
Opzichter van Etiquette
Berichten: 2052
Lid geworden op: 22 Jul 2006 15:09
Fort of organisatie: Doc. Stelling van Amsterdam
Locatie: Weesp
Contact:

Re: Communicatie.

Berichtdoor Rene Ros » 08 Feb 2018 19:25

mhil schreef:Bijgaand een deel van een artikel over de dienst telefoonnet van C Verhoeve en F A van der Ham
Het artikel is niet te uploaden omdat het meer is dan 2Mb...... :(
Er wordt melding gemaakt van het aansluiten van verschillende forten.


Dit forum is ook niet bedoeld om kopieën van de Militaire Spectator e.d. te bewaren. Bestanden van het forum zijn inmiddels 630 Mb. Dat klinkt niet veel maar op de webserver is er minder beschikbaar en is het duurder dan thuis op de harde schijf.
Heb je wellicht een directe link naar het artikel of de editie?

Uit welk jaar is het artikel? Mag het wel herplaatst worden? Graag citeren of een eigen artikel van maken door bv. samen te vatten.
Wil je de tekst voorlopig inkorten tot een citaat?

Mvg,
René


Terug naar “Forten en Vestingen”



Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Google [Bot] en 1 gast