Beverwijk Garnizoenstad

Over militairen en burgers die gewerkt hebben in de Stelling. En hun tactiek, wapens, munitie, uniform, materieel etc.
mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 09 Jul 2017 21:33

Museum Kennemerland heeft een aantal glasnegatieven gedigitaliseerd en via de website ontsloten.
Onderstaande enkele prenten.

Jan Dil (gemerkt met een kruis), van kamp II bij Velsen/dorp ZZ Noordzeekanaal 2e compagnie
1917 fort Aagtendijk kamp 2 Velsen _dorp ZZ Noordzeekanaal 2e compagnie.jpg
1917 fort Aagtendijk kamp 2 Velsen _dorp ZZ Noordzeekanaal 2e compagnie.jpg (122.72 KiB) 3418 keer bekeken

Wat staat er op de tekst en waar is de locatie ?

19130701 intrede garnizoen Beverwijk_1.jpg
19130701 intrede garnizoen Beverwijk_1.jpg (14.73 KiB) 3418 keer bekeken

Vanuit het raam op de eerste etage van Breestraat 43 zicht op het plein voor het Raadhuis met de intrede garnizoen artillerie op 1 juli 1913. met veel volk op de been.
19130701 intrede garnizoen Beverwijk.jpg
19130701 intrede garnizoen Beverwijk.jpg (63.47 KiB) 3418 keer bekeken



http://www.museumbeverwijk.nl/cgi-bin/beeldbank.pl

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 08 Okt 2017 21:01

Toen
19170625 fort Aagtendijk.jpg
19170625 fort Aagtendijk.jpg (67.21 KiB) 2852 keer bekeken

Nu
20171008 Genieloods Aagtendijk.jpg

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 19 Nov 2017 10:57

19130224 Beverwijk Garnizoenstad De Tijd godsdienstig-staatkundig dagblad.jpg

Bron Delpher

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 23 Feb 2019 22:59

Lt. Kol. Cornelis Wafelbakker (1862 - 1934)
Garnizoenscommandant Beverwijk (1913-1914)
2e lt C Wafelbakker.jpg
2e lt C Wafelbakker.jpg (1.42 KiB) 1481 keer bekeken

Op de site is een passage gewijd aan majoor C. Wafelbakker. Melding wordt gemaakt van dienst in Indië (http://www.stelling-amsterdam.nl/mensen ... /index.php). Bij het opstellen van onderstaande beschrijving ben ik een verzoek van C. Wafelbakker om detachering voor de duur van 5 jaar voor Indië tegengekomen. Aanwijzigen van een daadwerkelijke actieve dienst in de West zijn niet gevonden. Wel heeft er een officier D. Wafelbakker in Indië gediend als dirigeerend officier van gezondheid. Onderstaand een beschrijving van Cornelis Wafelbakker de commandant van de manschappen die in de forten Velsen, Aagtendijk en Veldhuis in garnizoen lagen.

1862 geboren te Amsterdam op 13 december
1881 1e jaars cadet wonende te Utrecht
1882 2e jaars cadet wonende te Maarssen
1884 4e jaarscadet sergant der artillerie wonende te Haarlem
1884 aanstelling tot 2e lt der artillerie
1887 promotie 2e lt tot 1e lt C Wafelbakker van het 4e regt vesting art
1887 vervanging bevelhebber 1e lt C Wafelbakker 4e regt vest art fort aan de Nieuwe Maasmonden door 1e lt Bruijne
1889 tot en met 1893 als officier leraar aan de Koninklijke Militaire Academie van het 4e regt vesting artillerie in wiskunde en lijntekenen
1890 benoeming tot 1e lt der artillerie
1890 getrouwd met Mathilda Barbara den Bouwmeester
1893 overlijden C. Wafelbakker sr. te Bloemendaal
1894 overplaatsing 1e lt 4e regt vest naar korps Pontonniers
1897 aanvraag 1e lt C. Wafelbakker korps Pontonniers voor 5 jaar detachering Oost-Indië
1900 bevordering van het korps Pontonniers tot kapitein 2e regt vest artillerie
1900 detachering o.l.v. kapt C. Wafelbakker van de 7e compagnie van het 2e regt vest artillerie ter grootte van 80 manschappen en 2 officieren naar Abcoude om daar garnizoen te houden
1901 beeidiging detachering 7e cie van het 2e regt vest art olv kapt C. Wafelbakker met terugkeer van Weesp naar Amsterdam
1913 bevordering tot majoor 2e regt vesting artillerie

1913 bevelhebber van het garnizoen te Beverwijk alwaar hij een groot deel van zijn jeugd had doorgebracht. Hiermee werden de forten Veldhuis, Aagtendijk en Velsen voor vast bezet. Een deel van de manschappen kwamen op 1 juli om 10:36 uur aan op het station. Een klein uur later arriveerden de officieren en rest van de manschappen. Gezamenlijk marcheerden de troepen vanaf het station naar het Raadhuis in de Breestraat onder begeleiding van de Beverwijkse Harmonie. Het 2e bataljon vest art werd welkom geheten door jhr. Strick van Linschoten burgervader van Beverwijk hij ging uit van een goede verstandhouding tussen de burgers en de soldaten. Majoor Wafelbakker gaf aan dat de meeste officieren hun overplaatsing naar Beverwijk met genoegen hadden vernomen. ’s Avonds werd aan het stationsplein een concert gegeven. De officieren met hun dames werden ontvangen in de bovenzaal van hotel Ter Burg.

1913 samen met kapt Witsen Elias van de artillerie lid van het ontvangstcommite te Beverwijk van zusters Van de Hyden die als verpleegsters terug zijn gekeerd van de 2e Balkanoorlog uit Griekenland
1913 taktische schietoefening artillerie schietschool te Zwolle hoofdofficieren en kapiteins der vesting artillerie waaronder majoor C. Wafelbakker
1914 lid van het commite herdenking slag bij Quatre Bras 1815, samen met stelling commandant A.R. Ophorst en burgemeester jhr. A. Roell en anderen. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Quatre-Bras)

1914 bezoek van HM de Koningin aan de Stelling van Amsterdam. De rit begon op Amsterdam Centraal en werd gemaakt met een auto waarbij de forten te Weesp, Muiden, Uitermeer, Hoofddorp en Uithoorn werden bezocht. Generaal Ophorst en kapitein van de generale staf TH Vogel gaven bij het bezoek de nodige inlichtingen. Vervolgens werd de half afgebrande infanterie karzerne te Haarlem gepasseerd op weg naar het Westfront van de Stelling. Op fort Velsen werd de koninklijke standaard gehezen na aankomst van de Koningin. De koepel en en kazemat werd door de Koningin bezocht waarbij kapitein jhr Witsen Elias een toelichting gaf. De forten waren sinds juli bemand met manschappen van het 2e regt vest art. Het fort Aagtendijk, waar majoor C Wafelbakker aanwezig was, werd niet bezocht het gevolg zette koers richtng station Beverwijk. Inspecteur jhr. Roell begeleidde de Koningin toen de extra trein om 15:50 uur vetrok van het station. Generaal Ophorst zwaaide het gezelschap uit. Het was zo’n 14 jaar na de grootscheepse oefeningen aan de Aagtendijk dat de Koningin het tuindersdorp had bezocht (19140218 Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië).

1915 benoeming majoor C. Wafelbakker tot lt kol van het 2e regt vest. art.
1915 ingezonden brief Nieuwe Brielse Courant waarin luitenant kolonel der artillerie te Wormerveer C. Wafelbakker in reactie op misbruik van de vrijstelling van briefport voor militairen heeft voorgesteld een systeem in te voeren gelijk Frankrijk waar militairen 6 zegels wordt verstrekt met het opdruk F.M (Franchise Militaire).
1917 Wonende Zijlweg 85 Haarlem
1918 op eigen verzoek om pensionering lt kol C. Wafelbakker 2e regt vest art pensioen fl 2209,- wegens naar zegge lichamelijke problemen
1919 gescheiden te Arnhem van Mathilda Barbara den Bouwmeester
1932 dankzegging C. Wafelbakker in Haarlems Dagblad aan Haarlemsche ziekte verzekering wegens nette afhandeling van een gerezen geschil
1932 Ingezonden brief Haarlems Dagblad over het geringe verschil in pensioengelden tussen adjudant onderofficieren en oversten van slechts enkele honderden guldens. Voorst spreekt oud officier zijn ongenoegen uit over een kolonel der artillerie die een bedrage van 4000,-- gulden pensioen ontvaing dit terwijl hij nooit als hoofdofficier dienst had gedaan slecht als adjudant of officier speciale diensten. Dit alles in tijd van bezuinigingen.
1934 overleden op 16 juni te Bloemendaal. Gegevens over een crematie of begrafenis zijn niet gevonden anders dan melding in de krant onder het kopje burgelijke stand overleden. Kinderen of andere naaste familieleden ontbreken danwel zijn niet bekend.

Onderscheidingen:
1899 Onderscheiding voor langdurige diensten als Officier (Officierskruis) XV
1904 Officierskruis wissel van XV in XX
1909 Officierskruis wissel van XX in XXV
1914 Omzetting officierskruis van XXV in XXX voor langdurige dienst als officier
19130701 ontvangst majoor C. Wafelbakker met mantel door jhr Strick van Linschoten Raadhuis Beverwijk Breestraat.jpg

191801024 pensionering lt kol C Wafelbakker 2e regt vest art pensioen fl 2209,-.jpg
19340626 Haarlem's Dagblad bericht van overlijden lt. kol. C. Wafelbakker .jpg

Bron en meer info:
https://www.genealogieonline.nl/stamboo ... hp#bronnen
http://www.nederlandsmilitairerfgoed.nl
http://www.myheritage.nl
Delpher
museum Kennemerland Beverwijk

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 10 Mar 2019 12:39

CAMARILLA-PROMOTIE Telegraaf 5 mei 1917

Bij de beschrijving van Stelling commandanten is opgemerkt dat er bij het onderbrengen (rond 1920) van het bevel over de Stelling van Amsterdam onder het gezag van Vesting Holland een politieke strijd aan vooraf is gegaan. viewtopic.php?f=10&t=2552&start=20 In 1916 was het leger al ruim 2 jaar gemobiliseerd hetgeen een claim legde op het normale leven en het leger een wereld op zichzelf was geworden. In verschillende kranten is terug te lezen dat er onder officieren onvrede heerste over benoemingen, het creëren van functies voor (oud) officieren in commissies, gebrek aan vernieuwing en het in stand houden van kantoorbaantjes voor niet bevelvoerende officieren.
Meer dan nu was het leger vertegenwoordigd in de regering of volksvertegenwoordiging waarmee belangenconflicten voor de hand lagen. Voorbeeld van een Minister van Oorlog is Nicolaas Bosboom (1913-1917). Deze gewezen officier was van 1910-1912 kolonel van het tweede regiment Vesting Artillerie. In 1912 verliet hij de militaire dienst met in de rang van generaal-majoor. Voor zijn ministerschap was hij actief publicist en tijdens zijn bewind was de relatie met Koningin en opperbevelhebber C.J. Snijders verstoord.

In de beschrijving van de militaire loopbaan valt op dat Lt Kol C. Wafelbakker al op 58 jarige leeftijd pensioen aan waaraan toegevoegd op eigen verzoek om gezondheidsredenen. Hij is dan overigens al wel bijna 34 jaar officier. Het lijkt erop dat Lt kol Wafelbakker slachtoffer is geworden van de onrust in de militaire top waarbij het beter was je te laten meevoeren met de stroom en je je niet te kritisch moest opstellen. Cornelis Wafelbakker heeft geregeld de pers opgezocht om zijn mening te ventileren. Ondanks de waarschijnlijk goede intenties heeft zijn opinie geleid tot overplaatsing naar afgelegen oorden (groep Wormer) en tegenwerking.
1914 Groepsportret officieren van de Groep Wormerveer van de Stelling van Amsterdam Serie De Stelling van Amsterdam Lt Kol C. Wafelbakker 1e rij 5e rechts (3).jpg
In de telegraaf van 5 mei 1917 wordt in het artikel CAMARILLA-PROMOTIE een beschrijving gegeven opmerkelijke zaken in het leger van die tijd.
De rol van de Stelling van Amsterdam komt daarin ook aan de orde waarbij voor- en tegenstanders rekeningen lijken te vereffenen.....

Sedert de opinie: ,,dat we wel geen oorlog zullen krijgen" — of die opinie geen gevaarlijks is, blijven ditmaal buiten beschouwing — toeneemt, steekt de militaire reactie met den dag meer het hoofd op. Zij gevoelt zich — dank zij de houding der Kamer —- weer zoo machtig dat ze, zich niet bekommerend om de gevolgen daarvan op den geest van ons officierscorps, een promotie heeft doorgedreven in de hogere rangen, die de positie van de kliek, waaruit zij is samengesteld, voor langen tijd bevestigd heeft.
Wij houden er in het algemeen niet van, het persoonlijk element op den voorgrond te schuiven. Maar aan den anderen kant mag ons dit niet beletten, open oog te houden voor grove onbillijkheden ten opzichte van officieren, die des te ernstiger zijn, omdat met hunne terzijdestelling, hun passering, het landsbelang niet, het coterie-belang (heimelijkclubje) wèl gediend is geworden. Wij noemen dan de personen noode en alleen omdat ze nodig zijn ter argumentering.

Benadeelden
Wij zullen voor de vuist weg een greep doen in de promoties en passeringen. die in den laatsten tijd hebben plaats gehad. Verleden jaar schreef de luitenant-kolonel der artillerie Wafelbakker anoniem een gematigd stukje in de „Oude Groene", om, daar andere pogingen gefaald hadden, op weinig opvallende wijze de aandacht der autoriteit te vestigen op de geldverspilling, voortvloeiende uit de plaatsing van twee hoofdofficieren op één post. waar voor geen van beide nuttig werk te doen bleek. In plaats dat men, deze gematigde, juiste opmerking in dank opnam, begon eea reeks van kleine onaangenaamheden voor dien hoofdofficier: plotselinge overplaatsing naar een ver verwijderd gedeelte der stelling, pogingen om hem de vergoeding voor verhuiskosten in te houden, brieven en nog eens brieven over alles en nog wat, maar waarvan die van belang zijn, welke plotseling zijn geschiktheid voor bevordering van luit.-kolonel tot kolonel in twijfel begonnen te trekken. Het einde was. dat deze hoofdofficier, die een actief man is, een goede carrière achter zich heeft, gepasseerd werd voor kolonel.

Een ander onzer meest kundige artilleriestafofficieren was de kolonel Dell, tot voor kort als commandant van een regiment (kust)- vestingartillerie, belast met een belangrijke functie in Den Helder, waar hij werkzaam was onder den viceadmiraal stelling-commandant Op de meest onverwachte wijze — men zegt zelfs tegen het advies van dien admiraal en den opperbevelhebber — is deze uitnemende hoofdofficier aan den dijk gezet .
Twee bekende, uitnemende infanterie-stafofficieren waren tot de vorige maand de kolonels Habbema en jhr. von Schmidt Op de meest onbegrijpelijke argumenten hebben deze officieren plaats moeten maken voor volkomen onbekende grootheden en zijn op pensioen gesteld, men zegt zelfs gedeeltelijk tegen de pertinente belofte van minister Bosboom in.
1855-1937 N. Bosboom, luitenant-generaal buiten dienst, oud-minister van oorlog.jpg
Wat het geval Habbema betreft, kunnen wij volstaan met te verwijzen naar een treffend ingezonden artikel in «De Nieuwe Courant" van 2 Mei I.I.. van de hand van den bekenden generaal Snijders.

Dat van kolonel von Schmidt lijkt ons in de gegeven tijdsomstandigheden nog van acuut-ernstiger aard. Wij weten namelijk hoe deze oorlog de waardeloosheid en het gevaar van permanente forten, die te gelijker tijd als woning voor de bezetting dienen, heeft aangetoond. Tevens hoe de leraar aan de K. M. Academie, de kapitein der genie, Scharroo, speciaal op grond van Duitsche boeken van vóór den oorlog, als verdediger van die forten (en daarmee indirect, van hun bouwers, de oudere genieofficieren zijn tegenwoordig chefs) is opgetreden. Kolonel von Schmidt heeft is 1896 als luitenant in eene uitstekend geargumenteerde brochure: „De permanente inrichting van de Stelling van Amsterdam" er op gewezen, dat onze genie-officieren op het punt stonden forten te gaan bouwen, die in het buitenland (Duitschland) misschien uitstekend mochten zijn, maar voor onze Stelling van Amsterdam niet deugden. Zijn aanval gold in de eerste plaats de pantserkoepels, die hij gevaarlijk achtte voor het moreel der bezetting, omdat de koepels (cq. de z.g. bomvrije ruimten) door zware artillerie in elkaar konden worden geschoten. Hij pleitte verder vóór wacht-forten en tegen woon-forten, m. a. w. hij achtte het noodzakelijk, de niet in dienst zijnde mannen der bezetting op veilige afstand achter de forten als reserves onder te brengen, om hen in perioden van rust aan den moreel slopende invloed van ene onafgebroken beschieting te onttrekken. Reeds toén ontbrandde een hevige kritiek, die meer door vinnigheden dan door argumenten uitmuntte. De heer von Schmidt wees er op, dat, als men toch wacht-forten ging bouwen, deze forten geen keukens, slaap-lokalen, levensmiddelen-magazijnen c. d. gebouwen behoorden te hebben. Zij konden dus kleiner, minder zichtbaar, goedkoper worden. Maar dan..... zouden ook de genieofficieren minder behoeven te metselen, minder werk hebben. Zij zouden voor een deel zelfs overbodig kunnen worden of tot gewone pioniers teruggebracht. Vandaar woedende kritiek op den ketterse infanterist von Schmidt, en waarbij in dit vredesleger de bouwlustige overwinnaars bleven.
Deze oorlog heeft van Loncin af bewezen, dat deze ketter een profetische blik heeft gehad: de geschiedenis der forten in dezen oorlog, de ontwikkeling van den loopgraven-strijd, hebben hem volkomen in het gelijk gesteld. Deze officier, die bovendien lid was der legercommissie, in den dienst van den generalen staf doorkneed, was — zou men zoo zeggen — als aangewezen voor een belangrijke functie in onze stellingen, zoodra hij promotie zon maken. Maar dan zouden de hoge genisten der militaire camarilla in het ongelijk gesteld worden, dan zou blijken, dat de Stelling Amsterdam in 1917 nog is ingericht als in 1914. Dan zou zo zien wij den kapitein Scharroo, als beloning voor zijn pleidooi, bevorderd tot leraar aan de Hogere Krijgsschool en de kolonel von Schmidt wordt, als gevaarlijk voor de camarilla, aan den dijk gezet, terwijl onze forten blijven ingericht, alsof er geen Luik, geen Antwerpen, geen oorlog 1914—1917 bestaan had.

Bevoordeelden
Wie worden daarentegen bevorderd, of blijven in dienst? De kolonel Ophorst, die op een zeer „bijzondere" wijze — naar den geest van de camarilla — de zaak-Sijthoff behandeld heeft 1) wordt tot beloning generaal en als inspecteur der infanterie in Den Haag geplaatst, rustig, in een kantoorstoel. Een zekere overste Van der Hegge Zijnen, die, naar men zegt, onder het pseudoniem Suoz. ln de „Nieuwe Rotterdamse Courant", sedert den strijd van minister Staal tegen de camarilla ijverig de militaire reactie verdedigd. heeft— maar die overigens een even decoratief als onbekend figuur is — wordt als beloning eveneens in Den Haag geplaatst als commandant van de grenadiers en jagers.

Een volgende volkomen onbekende grootheid, zekere generaal der artillerie Scheltema (hij behoort tot de hoge artillerie-autoriteiten, die zich voor 1914 al heel gemakkelijk neergelegd hebben bij de volkomen veroudering van onze gehele vestingartillerie en daarvoor verantwoordelijk zijn) kan, omdat hij 60 jaar is geworden, vanwege de trage promotie moeilijk langer in zijn goede baantje gehandhaafd worden. Hij behoort echter tot de vrienden der camarilla en er wordt een baantje voor hem klaargemaakt; als gepensioneerd generaal wordt hij “Directeur van het Bureau voor aanschaffing en verstrekking van artillerie materieel” op het in dit opzicht onbegrensd elastisch bareel van den opperbevelhebber2). Men vergeet hierbij maar liefst dat er aan het departement van Oorlog reeds een dergelijke organisatie beschikbaar is waarvan tot deze promotie de overste der artillerie Logger de leiding heeft gehad. Ook deze behoort tot de camarilla Hij moét dus, niettegenstaande hetgeen hij gedurende deze mobilisatie niet tot stand heeft gebracht en verzuimd heeft tijdig in buiten- en binnenland aan te schaffen, bevordering maken en gaat nu, daar de wet dit eist, pro forma enigen tijd dienst doen bij een afdeling vestingartillerie in……. het Haagje.

Nu zal de gepensioneerde generaal Scheltema gaan helpen op dit gebied. En het aantal gepensioneerde generaals, die tijdens de mobilisatie in allerlei betaalde baantjes werkzaam gesteld, de reeds langzame promotie nog meer belemmeren is weer met één vermeerderd. Het optreden van één dezer in zake het vluchtelingenkamp Ede ligt vers in het geheugen. Een ander gepensioneerd generaal houdt als inspecteur van den Vrijwillige Landstorm bij de bekende vaandeluitreiking in het Stadion een officiële rede, waarin de enormiteit verkondigd wordt, dat het wapen, waarover hij nota bene inspecteur is, „zelfs nimmer een vergelijking met een geoefende legerafdeling kan doorstaan". Het meest tekenende van dit officiële optreden is wel, dat dit merkwaardig gepraat van hun chef zelfs den betrokken Landstorm mannen waaronder oud-beroepsofficieren — niet meer opvalt en dat zij er zich niet alleen goedig bij neerleggen, als zij zichzelf door hun chef in het openbaar en officieel als no Kwaliteitslandsverdedigers zien gekwalificeerd, maar dat zij met een dergelijken coterie-chef samen gaan feestmaaltijden. Zoo blijven dergelijke geprassificeerde autoriteiten de lakens uitdeden, houden of helpen zij elkaar in het zadel en het Nederlandsche Parlement slikt en betaalt zijn jaarlijkse contingenten aan miliciens en zijn miljoenen en miljoen aan militaire uitgaven. Als slot nog dit kenmerkend staaltje:

Tot de Camarilla, waarvoor, zoals bekend is, ook de Inspecteur der Cavalerie ijverig en met succes in zijn wapen werkt, behoort sinds jaren de cavalerie-officier Benteyn. Met zijn medelid Suoz (overste Van der Hegge Zijnen) heeft hij in 1907 trouw geholpen, om minister Staal en de richting Thomson ten val te brengen, waartoe door Benteyn de brochure “Volksleger?" gelanceerd werd. De hoofdstelling van deze brochure is woordelijk: „Het Volksleger (in tegenstelling met het Pruisische kasteleger ea., waartegen Staal en Thomson destijds te velde trokken) is de ondergang van Nederland, de richting van het volksleger de weg. daarheen" 3).Deze schrijver voor een Nederlands kasteleger, heeft met die brochure zijn carrière voor goed verzekerd. Bij den troep heeft hij nagenoeg niet meer behoeven te dienen.
Daarvoor zorgde de Camarilla. Hij werd geplaatst in gezochte bureaubaantjes of even gezochte garnizoenen, hem werd als toppunt van de klucht eerst een studiereis naar het Zwitserse leger (waarvan de toepassing, volgens hem, „de ondergang van Nederland zou zijn") opgedragen, tijdens den oorlog maakt de Camarilla hem daar zelfs Nederlandsch militair attaché en bekroont dit werk, door hem bij deze promotie, met voorbijgang van 4 andere oversten der cavalerie, tot kolonel van het 1e regiment huzaren te benoemen! De nieuwe kolonel blijft echter kalmpjes in de Zwitsersche bergen. De functie van kolonel-regimentscommandant der Nederlandsche gemobiliseerde cavalerie is wel belangrijk, doch niet zoo belangrijk of in deze kritieke tijden kan zulk een regimentscommandant rustig in Zwitserland blijven, terwijl het zaken-verlof van een milicien tot in decimalen nauwkeurig wordt berekend!

Wij hebben deze feiten hier medegedeeld, om nog eens met nadruk te waarschuwen tegen de stille krachten, die onder minister Bosboom in toenemende mate in het leger voortwoekeren en er toe medewerken, om, ten bate van een Duitsgezind kliekje, dat elkaar de hand boven het hoofd houdt, den geest in het leger met den dag slechter te maken. Het meest vege teken is wel, dat de zogenaamde vooruitstrevenden in het leger gedwongen worden, wil hun carrière geen gevaar lopen, of te zwijgen, óf openlijk min of meer direct de zijde van de camarilla te kiezen. Zij zien dat noch in de Volksvertegenwoordiging, noch in de Pers tegen dit verderfelijk bedrijf een krachtige actie wordt aangebonden. Zij staan meer en meer alleen. Sommigen zelfs vertonen neiging om een naderende promotie, een herplaatsing bij den staf nu, een lintje later te redden, de camarilla zijdelings, maar ooit openlijk te steunen, niettegenstaande zij daarmede hun verleden, hun karakter verloochenen. Gold 't hier alleen, het onrecht te signaleren, dien gepasseerden, dien ontijdig en onbillijk gepensioneerden aangedaan, de zaak ware reeds ernstig genoeg. Maar het gaat hier in wezen om den geest de slagvaardigheid van het leger. Van dien geest kan morgen het behoud van het land afhangen.

Als morgen onverhoopt datgene gebeuren mocht dat ons volgens Troelstra te Leeuwarden niet lang geleden heeft gedreigd, nl. een militaire overval, dan zullen de coterie-geest en het byzantinisme, speciaal tijdens het ministerschap Bosboom aangekweekt het land niet kunnen redden en dan zullen noch de Volksvertegenwoordiging, noch het Volk zelve meer in staat zijn dn gevolgen weg te nemen van toestanden, die zij sinds augustus 1914, ondanks herhaalde waarschuwingen in schrift en woord, hebben laten voortwoekeren.

1) Zie „Scènes d'alcove bij de cavalerie", in „De Telegraaf". .
2) Zooals men weet ls overste Merens op dit bureel verhuisd van de ene schrijftafel naar de andere.
3) Pag. 44 „Volksleger?", door Ritmeester J. M. Benteyn.


De tekst is opgepoetst met als doel de leesbaarheid te verbeteren.

Bron en meer informatie:
http://www.parlement.com
http://www.wikipedia.nl
http://www.Delpher.nl
http://www.hetgeheugenvannederland.nl

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 10 Mar 2019 13:29


mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 15 Mar 2019 15:47

Onderstaande passage is afkomstig uit de Groene Amsterdammer van 15 juli 1916.
Het stuk kleurt de onvrede in het leger van die tijd verder in en is opgesteld door een anoniem officier. Het stuk zou zo maar van de hand van Lt. Kol. Wafelbakker kunnen zijn. Kennelijk is de gewenste anonimiteit doorbroken getuige het het artikel de Telegraaf van 1917.
Groene Amsterdammer 15 juli 1916

Leger en Vloot
(Ingezonden)
De officier-vakman.
Een officier over zijn werkkring, zijn promotie en salariëring ?
De Hoogere Krijgsschool.


Er zijn, vooral in den laatsten tijd, in meerdere bladen reeds artikelen opgenomen, ook van deskundige zijde, om toestanden in het leger, welke verbetering behoeven, eens wat meer in het daglicht te bezien en het komt mij niet ongewenst voor, als jong actief dienend officier daaraan mijn stem toe te voegen. Ik doe dit niet om louter kritiek uit te oefenen, want ik ben met hart en ziel officier en mijn beste wensen zijn voor ons leger, dat werkelijk veel meer goeds heeft dan de sceptische Nederlanders over het algemeen denken. Maar dat alles is geen reden om blind te zijn en ik wil gaarne trachten mede te werken om den goeden geest in ons leger te verhogen.

Ontwikkeling en doorstroming officieren
Het leger is een nationaal instituut, ons gehele volk vertrouwt er zijn zonen aan toe. Het gehele volk heeft dus recht om een blik te werpen achter het gordijn der geheimzinnigheid, waarmede het leger tot nu toe voor spiedende of belangstellende blikken verborgen was. Langzamerhand heeft zich bij velen mijner collega's de overtuiging gevestigd, dat het leger de Ideaal instelling is, om de middelmatigen en minderen van capaciteit nog behoorlijk vooruit te doen komen in de wereld, maar dat de capaciteit meerderjarigen er vele hunner illusies zien stranden. Dat deze toestand een deprimerende invloed uitoefent op den geest in ons officiers korps, is voor een ieder te begrijpen. Elk instituut, waar een grote rechtszekerheid voor het personeel heerst, dus vooral de ambtenaarswereld, kleeft dit nadeel aan, maar in het leger heeft deze misstand toch wel zeer grote afmetingen aangenomen. Wat iemand presteert in het leger wordt natuurlijk wel aangenomen, maar dit gebeurt zwijgend, vrijwel zonder enige waardering. Om het ver te brengen behoeft men trouwens niets te presteren, dit bereikt men veel zekerder door geen fouten te maken". En dat is dan ook het doel van de meeste officieren. Als de papiertjes kloppen, als de chefs, die, vooruit aangekondigd, eens op het bureau komen kijken, maar niets verkeerds vinden dan is het grootste deel der taak van een commandant vervuld. Daarbij komt, dat in het leger een zeker exploitatie-systeem heerst van de goede krachten, zonder dat de meerdere eisen aan hen gesteld, hun enige voordeel opleveren: integendeel de slechte werker heeft het voordeel dat alles wat hij wil, hem veel gemakkelijker wordt toegestaan. Overplaatsingen, aangename leerrijke detacheringen zijn voor hem bereikbaar, want hij kan voor geruimen tijd of voorgoed best gemist worden", terwijl de goede werker zich wegens onmisbaarheid'' herhaaldelijk in zijn plannen ziet gedwarsboomd. En meer malen geldt dit overplaatsingen van het grootste belang voor zijn militaire toekomst.

In een normale maatschappij zal een goede werker een snelle promotie maken, dit is in het leger echter helemaal geen regel. Die veel werkt heeft kans vele fouten te maken, vooral als zijn arbeid zwaar is en veel van zijn capaciteiten vergt en zoo zien we meermalen, dat de goede elementen of om een of andere luttele aangelegenheid op hun weg naar omhoog stranden of uit het leger treden, om elders hun, dan meer gewaardeerde arbeid te gaan verrichten. De betere elementen zijn meestal ook diegenen, welke het meest “karakter" bezitten en zich het minst goed kunnen schikken in de vele onbenulligheden, met welke het leger vergiftigd is en die voor verscheidene chefs de grondvesten van het militairisme uitmaken. Vandaar dat zich bij vele officieren de mening heeft gevormd, dat het leger de instelling is om, met Multatuli gesproken, door gebrek aan zwaarte naar boven te gaan. De hogere krijgsschool zou in het bestaande systeem veel verbetering kunnen brengen, maar niet de instelling zoals zij thans is en waarop elk officier met veel vrijen tijd en een goed geheugen zich een plaats kan veroveren. Onder officieren is het een heersende mening, dat daardoor niet altijd de meest geschikte elementen uit het leger op de krijgsschool hun hogere militaire opleiding voltooien. Jonge officieren, die opvallen door hun wijze van dienstdoen, door een scherp omlijnd juist inzicht in voorkomende gevallen en vooral door hun organisatorisch talent, moesten na voordracht van hun chefs, zoo nodig na een uitgewerkte opdracht over een praktisch onderwerp en een tentamen voor een bevoegde commissie een plaats op de Hogere Krijgsschool kunnen bereiken. Dan zouden we daar meer officieren krijgen met een helder doorzicht en minder met een goed geheugen, waardoor het doel der krijgsschool veel meer tot haar recht zou komen.

Bijna alles in het leger is thans tot in de kleinste bijzonderheden van boven af geregeld. De ideaal officier is degene, die goed in het gareel heeft leren lopen en bij wie dus initiatief tot zijn meest beheerste en zorgvuldig weggedrongen eigenschappen behoort. De moderne oorlog voering met de ontwikkelde gevechtslinie stelt zulk een hoge eisen juist aan in zicht en besluit routine van de onder commandanten, dat een gebrek aan initiatief de ernstigste gevolgen met zich kan brengen. De gevolgtrekking is dus noodwendig, dat het heersende systeem in ons leger de officieren ongeschikt maakt voor hun oorlogstaak.
Een tweede ernstig gevolg van dat alles uit één centraal bureau regelen is, dat de bepalingen die werkelijk uit dit bureau moeten komen niet of onvoldoende geregeld worden. Bijna nooit wordt de bedoeling van Recueil of legerorders begrepen, telkens komen er toelichtingen of nadere aanwijzingen op. Onzekerheid en wantrouwen en een berg overbodig en nutteloos werk maken de werk kring voor commandanten en administrateurs hoogst onaangenaam. Het systeem moest zijn dat in normale tijden de commandant van een regiment, bataljon of compagnie geheel vrij ware in zijn opvattingen omtrent oefening en opleiding, verlof en dienst. De hogere commandant moest kunnen zeggen: “ik wens dat u dit en dat bereikt, hoe moet u zelf weten, maar ik zal komen kijken of u het werkelijk bereikt hebt". Blijkt het dan dat zulk een commandant bij lange na niet voldoet aan het geëiste dan is hij niet geschikt voor zijn taak en komt dit meermalen voor, dan moet hij als onbekwaam, plaats maken voor een ander. De chefs zijn dan geen papiereters maar kunnen hun tijd besteden aan de troep, terwijl ze, wel langzaam maar toch zeker de neiging zullen verliezen om steeds maar in te grijpen'.

Financiële onzekerheid officieren
Wat ook een schaduw werpt op onze werkkring is de, laat ik het noemen, financiële onzekerheid. Vroeger was de officiersbetrekking een luxe betrekking, het dienstdoen was luxe en het traktement was luxe. Thans nu vrij wel alles officier is, geeft de uniform geen verhoogde glans meer en in den acht- of meer urige werkdag is ook geen luxe meer te ontdekken. Men wenst dus flinke troepen officieren, die hun werkkring als “vak” beschouwen. Niemand zal deze verandering, die voor het leger een verbetering is, meer toejuichen dan ik, maar Hogerhand zij dan ook niet verwonderd als de “vakman" gaat spreken, die op zijn eens gegeven rechten staat en niet met een luxe traktement tevreden is.

Militair onderwijs
De inrichtingen van militair onderwijs ten slotte zijn hoogst onpraktisch en hun invloed op de adspiranten, door gebrek aan ziel kundige leeraren werkelijk slecht. Een even infaam stelsel van zielloos, volgens recept, straffen dan in mijn tijd op de militaire academie heerste heb ik nog nergens bij de troepen aangetroffen. En dat is het Instituut, waar de jonge officieren worden opgeleid l En dit is sinds tal van jaren algemeen bekend, ook bij de hogere autoriteiten, tekenend is het daarom dat onder diegenen, die daartoe het gezag hadden nooit iemand opstond met genoeg initiatief en organiserend talent om deze instellingen grondig te hervormen. Wel werd een veelhoofdige commissie benoemd, wat dat betekent behoef ik zeker niet nader aan te dulden. Ik heb nu maar enkele grondbeginselen aangestipt en zoo zijn er nog vele meer of minder belangrijke zaken, die wanneer zij eens grondig werden hervormd, het genoegen om te dienen en de geest in het officiers korps aanmerkelijk zouden kunnen verhogen. Wij, jonge officieren, die gaarne vooruit willen, die in de troep leven, haar eisen en gevoelens kennen en gaarne jonge frisse denkbeelden door de enigszins muffe atmosfeer zouden willen doen waaien, wij vechten meestal tegen te vele vooroordelen. Hebben we zelf eenmaal gezag in handen, dan zijn we ook oud en moe en hebben uit al onze verloren illusies nog slechts dat ne behouden de wens om een zoo hoog mogelijke rang en een zoo groot mogelijk pensioen binnen te halen. H.


Bron: http://historisch.groene.nl

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 15 Mar 2019 19:24

Benadeelden zoals benoemd in de Camerilla-Promotie
20190315 slachtoffers Camerilla Promotie lt kol der vest artillerie C. Wafelbakker, kolonel der artillerie P. Dell, lt. gen grenadiers en jagers L.J.H. Habbema en lt. kol. der infanterie J.A.A. von Schmidt.jpg

Luitenant kolonel der vesting artillerie C. Wafelbakker (Met de klok mee links boven),
Kolonel der artillerie P. Dell,
Luitenant kolonel der infanterie J.A.A. von Schmidt
Kolonel grenadiers en jagers L.J.H. Habbema (later toch bevorderd tot luitenant generaal)

Zowel kolonel Von Schmidt en lt. kolonel C. Wafelbakker hadden een relatie met de Stelling van Amsterdam.

Bron:
http://www.nederlandsmilitairerfgoed.nl
http://www.hetgeheugenvannederland.nl
http://www.delpher.nl
jubileumboek Grenadiers en Jagers

mhil
Generaal
Berichten: 638
Lid geworden op: 01 Mar 2009 14:24
Fort of organisatie: sector Zaandam
Locatie: Beverwijk

Re: Beverwijk Garnizoenstad

Berichtdoor mhil » 24 Mar 2019 22:15

Bevoordeelden zoals benoemd in de Camerilla-Promotie
20190324 gen maj. A.R. Ophorst-maj der art L.C. Logger-kol der genie P.W. Scharroo-kol J.H. van der Hegge Zijnen-gen maj der vest art L.J. Scheltema-gen maj der Cavelerie J.M. Benteyn.jpg

Van links boven met de klok mee:
Generaal A.R. Ophorst
Majoor der artillerie L.C. Logger
Kolonel de genie P.W. Scharroo
Kolonel J.H. van der Hegge Zijnen
Generaal majoor der vesting artillerie Scheltema
Generaal majoor J.M. Benteyn

Kolonel Scharroo heeft in de meidagen van 1940 nog een opmerkelijke rol gespeeld bij de strijd rond Rotterdam (zie https://www.grebbeberg.nl/index.php?pag ... &item=9538)

Bron:
http://www.delpher.nl
http://www.geheugenvannederland
http://www.nmm.nl
http://www.nederlandsmilitairerfgoed.nl


Terug naar “Manschappen en Uitrusting”



Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast